Weer en Klimaat

De weer- en klimaatpatronen in de Sinai worden grotendeels bepaald door de grote landmassa's van Afrika en Azië. Omdat de atmosferische drukpatronen in deze regio ook nog eens voornamelijk oost-west georiënteerd liggen, kunnen noch de Middellandse zee noch de Rode zee hier een noemenswaardige matigende invloed op uitoefenen. Het hele gebied wordt dan ook gekenmerkt door grote droogte.

De noordelijke, mediterrane regio heeft in de winter een redelijk onstabiel klimaat. Temperaturen liggen tussen de 13 en 27 graden, en er valt relatief veel regen (125 mm).
De zomers zijn heet en droog, met temperaturen tussen de 18 en 37 graden. Er komen vaak zanderige winden voor (al-khamasin genoemd). Gemiddeld elke 3 jaar wordt dit gebied getroffen door hele hevige zandstormen.

De zuidelijke Sinai is in de winter relatief koud (13-27 graden) doordat het gebied hoog gelegen is. De hoogste pieken liggen vaak een groot deel van de winter in de wolken, en zijn soms zelfs bedekt met sneeuw en ijs.
In de zomer is het er droog en heet: 25-35 graden.

Op de vraag waarom de Sinai zo heet en droog is, zul je waarschijnlijk antwoorden "omdat de zon altijd schijnt en er geen regen valt". Dat klopt, maar de echte redenen zijn iets ingewikkelder. Er zijn verschillende factoren die bepalend zijn voor een klimaat; hieronder zullen we hier kort iets over uitleggen.

Dahab Klimaat

Zonnestraling

Dit is het meest bepalende element voor een klimaat of weertype. De hoeveelheid zonnestraling heeft invloed op alle andere factoren, zoals bijvoorbeeld temperatuur, hoeveelheid neerslag, luchtdruk en vochtigheidsgraad.
In een gebied met erg lage luchtvochtigheid als in de Sinai, is de hoeveelheid zonnestraling het meest bepalend voor de mate van verdamping. Door de extreem grote hoeveelheid zonnestraling is er veel verdamping en dus droogte; temperatuur en wind hebben hier minder effect op. In de Sinai zijn de meeste daglicht-uren wolkenvrij, met een gemiddelde van 71% in januari tot 81% in juli.

Dahab Temperatuur

Temperatuur

Dat de temperatuur wordt beïnvloed door de hoeveelheid zonnestraling is duidelijk. Minder duidelijk is misschien dat ook het gebrek aan vegetatie hier grote invloed op heeft. Als zonnestraling het aardoppervlak bereikt, wordt het grootste deel van de kortegolfstraling omgezet in hitte. In een vochtig klimaat met veel planten, wordt die hitte afgevoerd dmv verdamping (verdamping kost warmte). Dit regulerende effect ontbreekt in de Sinai: alle hitte die ontstaat "blijft hangen".

Dahab Klimaat


Atmosferische druk

Over het algemeen is de luchtdruk in de Sinai hoog, maar er zijn toch verschillen waar te nemen over het jaar gezien. In januari is de druk gemiddeld 1020 millibar, in de lente 1012 mb en in juli-augustus 1006 mb. In de zomer kan de druk zelfs dalen naar 990 mb. Dit komt omdat in die periode de landmassa's van europa en Azië opwarmen. De lucht stijgt daardoor in die gebieden, en dat veroorzaakt een lage drukgebied boven de Sinai.

Wind

Over het algemeen waait de wind in de Sinai altijd uit het noorden, maar bergketens en wadi's kunnen lokaal voor andere windrichtingen zorgen. In de lente is de wind meestal het krachtigst.
Het meest gevreesd wordt de wind uit het zuiden: de Hamasin. Deze is extreem heet en droog, met vaak heiige luchten en zandstormen, en richt grote schade aan, met name aan de vegetatie. Gemiddeld zijn er per jaar ongeveer 4 dagen waarop deze wind waait. Het einde van een Hamasin wind wordt meestal gekenmerkt door een Shamal, een wind uit het noorden of noordwesten, vergezeld van koudere lucht en vaak regen- of stofstormen. Door de Hamasin is het gebied inmiddels zo uitgedroogd, dat zelfs als een Shamal gepaard gaat met regen, dan is die neerslag van weinig betekenis voor de vegetatie.

 

Dahab Neerslag


Neerslag

Met uitzondering van de hoge berggebieden in het zuiden, en de noordoosthoek bij Rafah, valt er in de Sinai erg weinig regen: gemiddeld minder dan 100 mm per jaar. Meer dan de helft van de Sinai, waaronder het hele middengebied, krijgt zelfs maar 25-50 mm/jaar. De droogste gebieden zijn de Qa-vlakte in het zuidwesten (13 mm/jaar) en de kust langs de Golf van Aqaba (15-20 mm/jaar).
In het noorden is de middellandse zee nog een belangrijke bron van neerslag, met name in de winter.


Droogte

De droogte in een gebied wordt bepaald door de balans tussen de hoeveelheid neerslag en de verdamping. Een studie van de UNESCO uit 1977 in de Sinai heeft de droogte in dit gebied in kaart gebracht. Er zijn droge en zeer droge gebieden. Tot de droge gebieden behoren het noorden (invloed van de middellandse zee) en de hoge bergen in het zuiden (door de grote hoogte); de rest van de Sinai is geclassificeerd als zeer droog.

 

Dahab Microklimaat


Microklimaat

Door plaatselijke omstandigheden kan er in een klein gebied een ander klimaat zijn dan in de omgeving. Voorbeeld hiervan is bv een oase of een bron: doordat deze plekken water aangevoerd krijgen uit de omgeving, en omdat op die plekken de hydrostatische druk in staat is om een watervoorraad aan te leggen, kunnen hier planten groeien die een paar honderd meter verderop niet zouden overleven.
Een ander voorbeeld van een microklimaat kan ontstaan als plaatselijke structuren in het landschap voorkomen dat losliggende sedimenten wegwaaien of wegspoelen. Die sedimenten kunnen beter water vasthouden, en zo kan er ineens midden in de woestijn bv een dadelpalm groeien.
Met uitzondering van een paar kleine gebieden (bv verplaatsende zandduinen) is er in de hele Sinai plantengroei te vinden.

Dahab Klimaat

Dahab Klimaat

Dahab Klimaat

"The moon condenses the water vapor, distills the dew, and atracts the rain, but the sun attempts to destroy the Bedouin by drying up all the moisture"


Deze quote geeft al aan hoe belangrijk water in het leven van bedouienen is. Traditioneel hebben ze hun seizoensindeling hier dan ook aan aangepast: ze kennen 5 seizoenen in een jaar.

1) Assferi (begin oktober - begin januari)

Dit seizoen start als Canopis zichtbaar wordt in de zuidelijke avondlucht. In dit seizoen wordt de meeste neerslag verwacht, en zijn de meeste bewolkte dagen van het jaar. In de 2e helft van Assferi trekken de bedoeïenen met hun kuddes de woestijn in om ze te laten grazen in het verse gras.

2) Assta (duurt 40 dagen)

Start als Sirius zichtbaar wordt in de lucht. Als het goed is hebben de regens van Assferi al veel gras laten groeien, en zullen de regens van Assta de bronnen en meren doen vollopen.

3) Assmak (midden februari - midden april)

Start als Arcturus in de avondlucht zichtbaar wordt. Regen tijdens deze periode heeft alleen nog effect als de grond in de voorgaande periodes voldoende verzadigd is geraakt.

4) Asseif (Arab: Zomer) (midden april - begin juni)

Westerlingen zouden deze periode waarschijnlijk lente noemen, maar bedoeïenen noemen dit de "goede zomer". Als er in de voorgaande maanden voldoende regen is gevallen, is dit een periode van relatieve overvloed, de beste periode van het jaar.

5) Al-kez (juli - oktober)

Vertaald betekent dit "verschrikkelijke zomer", het langste en moeilijkste seizoen. Als de meren en bronnen voldoende water hebben is het uit te houden, maar als dat niet het geval is zal er veel vee sterven, en zullen de bedouienen het erg zwaar krijgen.

Ook in de levensstijl van de bedouienen is er de laatste jaren veel aan het veranderen. Zo wordt er steeds meer gekozen voor een vaste verblijfplaats met stenen huizen in plaats van een tent, en is er de beschikking over jeeps en trucks om bijvoorbeeld water aan te voeren in geval van nood. De traditionele klimatologie en seizoensindeling heeft hierdoor steeds minder invloed op het dagelijks leven gekregen.