Steensoorten en Mineralen

De Sinai dankt zijn kleurenrijkdom aan het voor komen van verschillende soorten gesteenten. Je treft hier zowel vulkanisch gesteente (bv graniet en basalt) aan als afzettingsgesteente (bv kalksteen en zandsteen) en metamorf gesteente (bv kwartsiet en schist), en er zijn niet veel plaatsen op aarde waar op een relatief klein oppervlak zoveel verschillende steensoorten en ertsen zijn te vinden.
Al in de oudheid werden in de Sinai mineralen en ertsen gewonnen, met name koper, malachiet en turquoise. Deze werden gebruikt om sierraden en kunstwerken van te maken. De werktuigen die men hiervoor gebruikte waren simpel: zagen, boren, beitels van koper (later van brons) en hamers van harde steen. Vochtig zand werd als schuurmiddel gebruikt.
De kenmerken van de belangrijkste soorten in de Sinai zullen we hieronder kort uitleggen. Door de aanwezigheid van mineralen en ersten, kan de kleur van het gesteente plaatselijk sterk afwijken van de gegeven voorbeelden.

Dahab Sinai Graniet

Graniet

Graniet is een zuur stollingsgesteente dat voornamelijk bestaat uit drie mineralen:
kwarts, veldspaten en mica's.
De onderlinge verhouding van de mineralen verschilt, maar meestal zit er rond de 50% kwarts in. Het kwarts is meestal (melk-)wit, het veldspaat kan gekleurd zijn (crème, roze) en de glimmers zijn meestal bruin of lichtgrijs van kleur. Hierdoor is de algemene kleur van graniet meestal rood-bruin-roze: de roogetinte bergen in het zuiden van de Sinai, vooral langs de kust bij Dahab, bestaan meestal uit graniet.

Graniet is een vulkanisch stollingsgesteente. Dat wil zeggen dat het is gevormd bij het ondergronds stollen van magma. (Dit in tegenstelling tot een uitvloeiïngsgesteente zoals basalt dat dichtbij of aan het aardoppervlak gestold is.)

Doordat graniet op diepte gestold is, is de afkoeling relatief langzaam gegaan, en hebben de mineralen de tijd gehad om kristallen te vormen. Als graniet wordt blootgesteld aan zeer hoge drukken en temperaturen, verandert het in gneis, een metamorf gesteente.

Het woord "graniet" komt van het Latijnse woord granus, dat korrel betekent. Het verklaart het vaak korrelige uiterlijk van graniet. Strikt genomen klopt dit niet, omdat een stollingsgesteente niet bestaat uit korrels (wat typisch is voor een afzettingsgesteente). Grofkristallijn zou een betere benaming zijn.

Dahab Sinai Basalt

Basalt

Basalt is ook een vulkanisch stollingsgesteente, dat gevormd wordt door de stolling van lava of magma. De stolling van het basalt vindt plaats aan het aardoppervlak en wordt daarom een uitvloeiingsgesteente genoemd. Door de snelle afkoeling zijn geen grote kristallen gevormd zoals bij graniet het geval is. De meest voorkomende mineralen in basalt zijn amfibool, pyroxeen en olivijn.
Basalt is meestal zwart van kleur en bestaat uit kleine kristallen. De krimp die optreedt bij de stolling van de basaltlava leidt tot typische zeshoekige structuren (basaltzuilen). In het zuiden van de Sinai zie je veel roodgranieten bergen, met zwarte aders er doorheen. Die aders zijn vaak van basalt.

Doordat het magma stolt en een temperatuur beneden het Curiepunt bereikt, wordt het magnetisch veld van de aarde op dat moment vastgelegd in het gesteente. Het magnetisch veld verandert voortdurend, en langs de mid-oceanische ruggen ontstaat een patroon van opeenvolgende magnetische periodes, de zogenaamde magnetische polariteitszones.
Dit wordt gebruikt bij paleogeografische
reconstructies en datering van gesteentes.


Dahab Sinai Kalksteen

Kalksteen

Kalksteen is een afzettingsgesteente dat voor een groot deel bestaat uit calciumcarbonaat. Kalksteengesteente bevat vaak fossielen, zoals schelpen, ammonieten en veel micro-fossielen. Blauwe hardsteen is een dergelijke vorm van fossiele kalksteen, bestaande uit de restanten van zeelelies. In kalksteen treden vaak karstverschijnselen op zoals bijvoorbeeld grotten met druipstenen.


Dahab Sinai Zandsteen

Zandsteen

Zandsteen is een afzettingsgesteente dat voornamelijk bestaat uit zandkorrels. Bij de afzetting van zandkorrels worden ook silt, kalk, grind, glimmers, veldspaat en andere gesteentefragmenten afgezet. Door verwering wordt een van oorsprong geelbruine zandsteen grijs. Het voorkomen van bepaalde oxides en andere mineralen kan het gesteente zelfs bruinrood kleuren.
Zandsteen werd in Nederland vrij veel toegepast als bouwmateriaal. Sinds 1951 is het bewerken van zandsteen in Nederland verboden, vanwege de grote hoeveelheid kwartsstof die bij het hakken vrijkomt. Dit veroorzaakt de longziekte silicose.
Zandsteen heeft een zekere mate van porositeit en kan daardoor een goed reservoir voor grondwater of olie/gas zijn. De meeste reservoirs van de olie- en gasvelden van de Noordzee en ook Slochteren zijn zandstenen.

Dahab Sinai Gneis Schist


Gneis

Gneis is een metamorf gesteente, dat ontstaat als het moedergesteente
(zandsteen of graniet) onder zeer hoge druk en temperatuur (>600 graden Celsius) omgezet wordt. Een typisch kenmerk van gneis is de aanwezigheid van mineralen met een grote kristalgrootte die een gelaagde structuur in het gesteente vormen. Bij een fijnkorreliger moedergesteente wordt leisteen of schist gevormd.

Schist

Schist (van het Griekse schistos = gespleten) is de algemene term voor een bladerig, niet-grof kristallijn, metamorf gesteente dat splijt volgens onregelmatige
breukvlakken, waarop de mineralen goed herkenbaar zijn. De meeste schisten zijn rijk aan plaatvormig of straalsgewijs ontwikkelde, gerichte mineralen
(glimmers, chloriet, talk, hoornblende, kwarts, calciet).

Dahab Sinai Turqoise

Turquoise

Turquoise is een hemelsblauw tot appelgroen mineraal, wat voor het grootste deel bestaat uit gehydrateerd koper- en aluminiumfosfaat. Soms is het koper gedeeltelijk vervangen door zink of ijzer, wat kleurverschillen kan veroorzaken. Het wordt gevormd in droge gebieden, waar veel aluminiumhoudende rotsen zijn en waar daarnaast kopererts aanwezig is. Door de inwerking van grondwater of doorsijpelend oppervlaktewater kan onder die condities turquoise gevormd worden. In de streek rond Wadi Maghara en Serabit el Kadim vinden we de oudste turquoisemijnen ter wereld. Het gesteente dat hier aan de oppervlakte komt is zandsteen en lagen schist, rijk aan turquoise.


Rond het 6e millenium voor Christus was er in de Sinai een migratie van stammen richting het zuiden. Zij stopten telkens als er een winbare plek gevonden werd. De Egyptische koningen kwamen op de hoogte van deze rijkdom en zonden expedities uit om de plaatselijke stammen, te onderwerpen of te verdrijven. Het hele gebied werd Mafkat of het land van turquoise genoemd. Het woord Mafkat zou in het huidige Egypte gebruikt worden voor alle groenblauwe stenen (malachiet, turquoise, chrysocolla en smaragd); in de Sinaï echter zou Mafkat ofwel turqoise ofwel malachiet betekenen.


Blijkbaar was er geen doorlopende aanwezigheid van de Egyptenaren in de Sinai, en alles wijst er op dat er af en toe expedities werden uitgezonden om werkkampen op te richten in de buurt van de mijnen. De arbeiders verbleven in stenen hutten en hun voorzieningen kwamen uit Egypte. De plaatselijke bevolking werd voor het ruwere werk gebruikt en men gebruikte koperen beitels en stenen hamers. De bovengehaalde brokstukken werden verbrijzeld in basalten vijzels waarbij het turquoise met de hand werd uitgesorteerd. De bijmineralen koper en mangaan werden verder gebruikt voor het maken van glazuren.

Afgezien van de bloeiperiode enkele duizenden jaren geleden is er uit de mijnen van de Sinaï weinig of geen turquoise meer gekomen. Sinds 1855 worden nog sporadisch stenen aangeboden die door plaatselijk bedoeïenen worden opgedolven.