De bedouienen-gemeenschap is strak georganiseerd. Dezelfde structuren en regels die honderden jaren geleden golden, gelden grotendeels nu nog steeds. De positie van de bedouienen binnen Egypte ligt een stuk ingewikkelder. Eeuwen lang heeft Egypte nauwelijks interesse getoond in dit gebied en zijn bewoners, maar sinds de Camp David akkoorden, en de opkomst van het toerisme, is men gaan inzien hoeveel geld de kuststrook van de Sinaï waard is. De bedouienen, die er al eeuwen leefden, werden eigenlijk gewoon genegeerd.

Bedouinen Politiek

Bedouinen Politiek

Bedouinen Politiek

Bedouinen Politiek

Bedouinen Politiek

De basis van de bedouienen-gemeenschap is de structuur van de clan-organisatie. Elke tent (of huis) staat voor een familie, elke groep van families in hetzelfde camp vormt een clan. Een aantal verwante clans vormen weer een stam. De leden van een clan voelen zich ook echt één familie (al hoeven ze dat lang niet altijd door bloedverwantschap te zijn) en voelen ze zich superieur over andere clans. De tent en wat huishoudelijke spullen zijn het enige privébezit, zaken als grond en water zijn gemeenschappelijk bezit van de clan. Men wordt geacht onvoorwaardelijk loyaal te zijn aan leden van dezelfde clan.
Een clan wordt vertegenwoordigd door een Sheikh, die door de stam wordt gekozen. De sheikh komt uit een goede gerespecteerde familie, en mocht hij komen te overlijden, dan kan iemand uit dezelfde familie hem opvolgen. Hij heeft geen absolute autoriteit, en hij wordt bij ingewikkelde zaken geacht zijn stam-raad te raadplegen. Een Sheikh wordt gerespecteerd, maar elk lid van een clan zal een Sheikh op gelijk niveau benaderen. Doordat bedouienen hieraan gewend zijn, hebben ze vaak grote moeite met autoriteit en gezag wat van buiten de stam wordt opgedrongen door bv de Egyptische overheid. Een bedouien is een democraat in hart en nieren, open-minded en altijd geïnteresseerd in wat er in zijn omgeving gebeurt. Op het persoonlijke vlak heerst er achterdocht en is men erg voorzichtig met informatie over hun eigen achtergrond.

In geval van een misdaad gelden de wetten van de stam. Als er bijvoorbeeld een moord gepleegd wordt op een lid van dezelfde clan, dan zal niemand de dader verdedigen, en is de kans groot dat hij het met zijn eigen leven zal moeten bekopen. Als hij zou ontsnappen kan hij nooit meer terugkeren naar zijn clan, en wordt hij vogelvrij verklaard. Een bedouien is verloren zonder de bescherming van zijn clan. Door een moord buiten de eigen clan kan een echte bloed-vete ontstaan. Hierbij kunnen ook andere leden van de clan hun leven niet meer zeker zijn, en een dergelijke vendetta kan jaren duren. Elke misdaad, hoe klein ook, wordt door de families van de clan besproken voordat het naar de stam-raad gaat. Daar vindt dan weer een uitgebreide analyse plaats, die dagen tot maanden kan duren, voordat een laatste oordeel gegeven wordt.
Vrouwen hebben een bijzondere positie binnen de bedouienen-rechtspraak. Een man kan meerdere vrouwen huwen, maar een vrouw heeft wel degelijk keuze. Ook scheiding is vrij normaal, en heeft geen grote negatieve gevolgen voor de vrouwen. Als er een misdaad tegen een vrouw wordt begaan, dan ligt de strafmaat 2 tot 4 keer hoger dan wanneer dezelfde misdaad tegen een man was begaan.

De bedouienen in de Sinaï kunnen worden onderverdeeld in 11-13 stammen (afhankelijk van hoe je een clan en een stam definiëert). De grenzen van hun leefgebieden zijn geografisch niet duidelijk vastgelegd, maar uit traditie weten de verschillende stammen exact waar de grenzen lopen.

De stammen die al het langste in de Sinaï leven zijn de Aleiqat en de Sawalha. Hun gebied loopt van Suez tot El Tur, aan de westkant van de Sinaï.
De Muzeina stam bezet sinds 500 jaar een groot gebied in het zuiden, en aan de oostkust begint net boven Nuweiba het gebied van de Tarabin. Zij zijn van Palestijnse origine, en zijn hier sinds ongeveer 300 jaar aanwezig.
In het berggebied rond het Katharina klooster leeft een kleine stam met een vreemde origine: de Gebeliya (letterlijk: bergbewoners). Zij komen oorspronkelijk uit Europa, met name uit Joegoslavië, en kwamen naar de Sinaï om te dienen in het klooster. Ze bekeerden zich tot de Islam, en namen nomadische gewoontes aan. Bij deze stam, met nog ongeveer 1500 leden, kun je zelfs nog mensen met blond haar en blauwe ogen tegen komen. Door de andere stammen in de Sinaï worden zij echter als zwaar minderwaardig beschouwd, omdat ze geen echte bedouienen-oorsprong hebben.
De overige stammen zul je niet snel ontmoeten, omdat hun leefgebieden niet voor toeristen toegankelijk zijn, of omdat de afstand te groot is om met een safari naar toe te gaan.

Egypte heeft de Sinaï bestuurskundig in 2 gebieden gesplitst: het North Sinai Governorate (met hoofdstad El Arish) en het South Sinai Governorate (met hoofdstad El Tur). De grens loop ongeveer oost-west, ter hoogte van Taba, door een onherbergzaam gebied.

De opkomst van het toerisme heeft dramatische gevolgen gehad voor de bedouienen. Er zijn grote conflicten ontstaan tussen de bedouienen enerzijds, en de Egyptsche overheid en grote investeerders anderzijds. De overheid heeft in de jaren 80 de kuststrook van Sharm el Sheikh tot Taba aangeduid als groot ontwikkelingsproject. De "Egyptische Riviera" moest grote buitenlandse investeerders gaan aantrekken, en er werd alles voor gedaan om het deze investeerders zo makkelijk mogelijk te maken. De eerste plannen hiervoor werden, als een van de resultaten van het Camp David akkoord, zelfs gesponsord door het United States Agency for International Aid. In die eerste ontwikkelingsfase van het kustgebied kwamen de bedouienen nauwelijks aan bod als arbeidskrachten, omdat de lonen extreem laag waren. Er werden arbeiders uit Sudan en delen van het Egyptische vasteland gehaald, die voor dat lage loon bereid waren zeer zwaar werk te verrichten. De bedouienen van de Sinaï kregen een speciale status onder de Egyptische wetgeving. Ze mochten in bepaalde toeristengebieden werken als gids, taxichauffeur, kameelbestuurder of verkoper. Ook begonnen ze op hun land in de kuststrook camp-sites te ontwikkelen, met name voor low-budget toeristen.

Vanaf het midden van de jaren 80 ging het helemaal mis voor de bedouienen. Zij die stukken land aan de kuststrook in bezit hadden, moesten toekijken hoe de Egyptische overheid hun land verkocht aan buitenlandse investeerders, met name grote hotelketens. In de zomer van 1999 is de laatste onteigenings-aktie geweest: het leger heeft toen een groot aantal camp-sites, gerund door bedouienen, ten noorden van Nuweiba platgewalst. Dit alles in opdracht van het Egyptische Tourist Development Agency. Het land, dat al eeuwen eigendom was van de bedouienen, werd eenvoudigweg met een paar woorden afgenomen: ze zouden niet kunnen aantonen dat ze vóór 1982, het einde van de Israelische bezetting, al in dat gebied woonden. Uiteraard was dat wel degelijk zo, maar een op dat moment grotendeels ongeletterd volk, dat semi-nomadisch leefde, had tegenover de overheid geen enkele kans.

Sinds de aanslag in Taba, in 2004, is de houding van de overheid tegenover de bedouienen veranderd. Daar waar ze voor die tijd voornamelijk met rust gelaten werden, werden er nu, uit veiligheidsoverwegingen, bijvoorbeeld politieposten in de Sinaï opgericht. Er ontstond een besef bij de overheid dat ze dit stuk land en zijn bevolking toch op één of andere manier onder controle moesten zien te krijgen. De manier echter waarop ze dit deden, gecombineerd met gebrek aan begrip en respect, heeft er toe geleid dat bedouienen zich nu nog minder "Egyptenaar" voelen dan al het geval was. De bedouienen zijn al eeuwen gewend aan het feit dat de Sheikh degene is aan wie ze verantwoording af leggen. Iemand die ze respecteren, en die ze op gelijke voet tegemoet treden. Conflicten werden binnen de stam opgelost, en dat is eeuwen lang goed gegaan. Nu de overheid probeert hierop grip te krijgen, zonder rekening te houden met deze eeuwenoude tradities, leidt dit tot grote conflicten. De bedouienen accepteren deze inmenging in hun cultuur niet, er is geen wederzijds respect, en vriendschappen tussen Egyptenaren en bedouienen zijn zeer zeldzaam. Daarnaast zijn er nog grote groepen bedouienen die in het binnenland leven, en nauwelijks in aanraking komen met de veranderingen in de kuststrook. Zij staan nergens geregistreerd, en hebben geen flauw idee wat zich afspeelt in de kustgebieden, laat staan in de rest van Egypte. Een echte integratie van de bedouienen in de Sinaï met de rest van Egypte, wat de overheid nastreeft, lijkt met de huidige aanpak weinig kans te hebben.