| | Grondsoorten
De Sinai is een extreem
droog gebied, omgeven door grote vlakten met zout water. Het is dan ook niet vreemd
dat je er, buiten de oasen, weinig plantengroei aantreft. Uit economische
overwegingen is de Egyptische overheid toch erg geïnteresseerd in het ontwikkelen
van duurzame landbouw in de Sinai. Het is duidelijk dat er, om dit te kunnen bereiken,
aanvoer van zoet water nodig is. Maar water aanvoeren zonder een goed plan te
hebben waar dat water dan het beste tot zijn recht komt, draait waarschijnlijk
uit op een mislukking. De persoon die als eerste tot dit inzicht kwam, was de
gouverneur van Noord Sinai, Moneer Shaesh. De eerste plannen om water naar de
Sinai te transporteren waren vrij ondoordacht: men had hier het noordwesten van
de Sinai voor in gedachten. De redenen waren simpel: het gebied was laaggelegen,
dus weinig pompkosten, en het lag het dichtste bij de Nijl, vanwaar het water
zou worden aangevoerd. Gouverneur Shaesh heeft ingezien dat een dergelijk project
alleen kan slagen als er voldoende kennis van de grondsoorten in het gebied is.
Niet alle grondsoorten zijn geschikt voor landbouw, zelfs niet met voldoende aanvoer
van water. In die periode waren er geen gegevens beschikbaar over de verschillende
grondsoorten in de Sinai, en het is aan Shaesh te danken dat er mogelijkheden
gecreëerd werden om wetenschappelijk onderzoek hiernaar te doen. Grondsoorten
worden op basis van verschillende criteria onderverdeeld. Bijvoorbeeld of het
zandgrond is of klei, maar ook de korrelgrootte en de aanwezigheid van organisch
materiaal of mineralen. Een verdere onderverdeling van een grondsoort, in "series"
en "fasen" is gebaseerd op bijvoorbeeld de steilheid in het gebied,
en of het wel of niet rotsachtig is. Dit soort dingen kunnen namelijk het gebruik
van een op zich vruchtbare grondsoort toch beperken in de praktijk. Er
zijn 11 hoofdgroepen van grondsoorten te onderscheiden, waarvan er eigenlijk maar
twee in de Sinai voor komen: entisolen en aridisolen. Beide soorten zijn in principe
ongeschikt voor landbouw, maar met de juiste zorg en irrigatie, kunnen ze toch
productief gemaakt worden.
| |
Entisolen De
grondsoorten in deze groep worden gekenmerkt door de afwezigheid van lagen in
de grond. Die lagen ontstaan normaal gesproken vanzelf, door allerlei invloeden
van buitenaf, maar de entisolen in de Sinai zijn daar of nog te jong voor, of
ze worden constant verstoord (denk aan zandduinen). In
de Sinai komen drie soorten entisolen voor: 1)
Psamments (zanderige gronden zonder verdere structuur) 2) Orthents (meestal
een hele dunne laag, afwezigheid van onderlagen) 3) Fluvents (afzettingen
van stromend water) De meest
vruchtbare soort zijn de Fluvents; deze zijn afgezet in en langs de grotere wadi's,
ze zijn relatief vochtig, en hebben een laag zoutgehalte. Ongeveer 6% van de Sinai
bestaat uit deze grondsoort. | | |
Aridisolen Deze
groep van grondsoorten ontwikkelt zich in topografisch stabiele gebieden met een
droog klimaat met woestijnvegetatie. De
twee soorten aridisolen die in de Sinai voor komen zijn: 1)
Argids (woestijngrond met een significante hoeveelheid klei) 2) Orthids (weinig
verschil in structuur te zien als je dieper de grond in gaat) Argids
komen op verschillende plekken in de Sinai voor, maar de gebieden zijn zo klein
dat ze op een overzichtkaart niet terug te vinden zijn. Orthids daarentegen beslaan
bijna de helft van het oppervlak van de Sinai. | |
Indeling Op
basis van de indeling naar grondsoorten (die nog een verdere onderverdeling kent)
ziet de grondsoortenkaart van de Sinai er uit zoals op het eerste kaartje hieronder.
Als dan per grondsoort gekeken wordt naar de mate van geschiktheid voor landbouw,
dan ziet de kaart er heel anders uit: op het tweede kaartje zijn alle witte gebieden
ongeschikt! Naast een paar geïsoleerde wadi's in het zuiden met redelijk
goede grondsoorten, zijn er drie hoofdgebieden die redelijk vruchtbare grond bevatten: 1)
de brede wadi's van het El Tih plateau in het midden 2) de beddingen van wadi
El Arish in het noorden 3) de vlakte van Qa in het zuidwesten |
|
 
| 
|
Gebruik v/d vruchtbaarste gebieden Hoewel
entisolen en aridisolen allebei droge relatief onvruchtbare grondsoorten zijn,
verschilt de aanpak nogal als deze grond geschikt gemaakt moet worden voor landbouw.
Entisolen zijn zanderige gronden,
met een losse structuur. Afwatering is hier dus geen probleem, maar omdat de grond
vrijwel alleen uit zand bestaat, zonder componenten die voedsel kunnen vasthouden,
spoelt het weinige voedsel dat in de grond terechtkomt ook direct weer weg. Om
hier landbouw te kunnen uitoefenen is dus veel (kunst)mest nodig. Dit vereist
wel zorgvuldige planning, omdat door overbemesting weer hele andere problemen
kunnen ontstaan. Ook zullen terrassen moeten worden aangelegd om te voorkomen
dat de gewassen worden overstroomd. De overstromingen mogen ook weer niet helemaal
ingedamd worden, omdat er dan geen afzettingen van vruchtbare sedimenten meer
zouden bijkomen, waardoor de grond alleen nog maar armer wordt. Voordeel van entisolen
voor de landbouw is dat de grond erg makkelijk te bewerken is door de losse structuur. Aridisolen
zijn iets vruchtbaarder, maar hebben een ander probleem: deze grondsoorten zijn
vaak vrij hard. Niet alleen geeft dit problemen met de afwatering, maar ook het
bewerken van de grond is lastiger: er zal zeker geploegd moeten worden. Bij deze
grondsoorten moet voorkomen worden dat de vruchtbaarheid van de bodem terug loopt.
Naast het toedienen van mest, kan dit ook bereikt worden door wisselbouw te plegen:
een vorm van landbouw waarbij op hetzelfde stuk land steeds een ander gewas wordt
geteeld. Dit voorkomt dat de bodem uitgeput raakt. | |
|