Van oorsprong zijn de bedouienen animistisch: aanhangers van het geloof dat alles in de natuur een ziel heeft. Ze vereerden de geest van bomen, bronnen en heilige stenen. In latere tijden vereerden ze verschillende goden, waarvan Manat, Uzza, Allat, Baal, Sin en Ishtar de belangrijksten waren. In het pre-islam tijdperk ware de bedouienen overwegend heidenen, maar met de opkomst van de Islam bekeerden zij zich massaal tot dit nieuwe geloof. De Islam is nu de basis van het sociale en godsdienstige leven, al zijn er nog steeds gewoonten uit het pre-islamtijdperk behouden gebleven.

Het woord Islam wordt het beste vertaald als ‘nederigheid’. Nederig onder de wil en leiding van god. Maar het woord heeft een diepere betekenis, die inzichtelijk gemaakt wordt door andere Arabische woorden als ‘salam’ (vrede) en ‘salama’ (veiligheid). Vandaar dat het woord Islam zelf veel verklaart over de centrale kern van de religie.

Dahab Islam

Oorsprong en ontstaan

Het ontstaan van de Islam begint bij Mohammed, de profeet. Mohammed werd geboren in het jaar 571 in Mekka. Hij werd al zeer jong wees en werd opgevoed door zijn grootvader. Al op jonge leeftijd kreeg hij de bijnaam Al-Amien (de betrouwbare) door zijn zuivere gedrag en gevoel voor moraal.
Toen Mohammed 40 jaar was ontving hij in het jaar 610 de eerste openbaring van de engel Gabriël, die leidde tot de ontwikkeling van de Koran. Deze openbaringen duurden ongeveer 22 jaar. In het jaar 632 stierf Mohammed.
Na zijn dood werden de verhalen over hem verzameld, onderzocht en geïnterpreteerd. Deze verhalen worden gezien als tweede bron van het geloof voor de Islam, de Hadith.

Dahab Islam

Dahab Islam

Kernwaarden

In de Islam is er maar één god, de ware god. De religie is gebaseerd op de Koran, het woord van god, en een grote collectie andere geschriften. Onder deze laatste geschriften horen onder andere de verhalen over Mohammed en de rechts-geschriften (Sharia).

De Islam is een ‘complete’ religie, wat betekent dat het godsdienst is die in alle aspecten van het leven voorkomt. Het is dus een manier van leven.

Het geloof in de Islam steunt op vijf pilaren, die de funderingen zijn waarop de godsdienst is gebouwd.

Shahada: de geloofsbelijdenis (sjahadah). Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn dienaar en profeet. "Ashadoe ella Ilaha Illa Allah, wa ashadoe enna Mohammeden ‘abdoehoe wa rasoeloeh”

Salat: het verrichten van het gebed dat 5 keer per dag wordt gedaan (voor zonsopgang, het midden van de dag, de namiddag, de avond en ’s nachts). Dit wordt uitgevoerd onder strikte regels en men moet zich richten naar Mekka.

Zakat: giften of armenbelasting. Het is de bedoeling dat Moslims een bepaald percentage van hun inkomsten afstaan aan de armen en andere sociaal zwakkeren.

Sawm: vasten gedurende de maand van de Ramadan. Dit vasten vanaf zonsopgang tot zonsondergang is verplicht voor alle Moslims.

Hadj: de bedevaart. Het is elke Moslim verplicht om eens in zijn of haar leven op bedevaart te gaan naar de heilige stad Mekka. In de maand Zul Hidja verzamelen zich miljoenen mensen in witte kleding en brengen offers, zeggen gebeden en voeren rituelen uit in naam Allah.

Dahab Islam

Dahab Islam

Riten van de jaarcyclus

De Ramadan is de maand van speciale zegeningen en vergiffenis van Allah. In deze maand werd de heilige Koran voor het eerst geopenbaard aan Mohammed. Tijdens de Ramadan mogen Moslims niet eten, drinken, roken of sex hebben van zonsopgang tot zonsondergang. Door het vasten wordt de onderlinge band tussen de Moslims versterkt en tevens is het bedoeld om het lichaam te beheersen. Tijdens de Ramadan wordt god bedankt voor alles wat hij de mens heeft gegeven.

Aan het eind van de Ramadan wordt er een groot feest gevierd. Dit feest wordt ied-al-Fitr (Suikerfeest) genoemd. Dit feest duurt drie dagen, en als beloning voor het vasten mag er uitbundig gegeten worden.

In de twaalfde moslimmaand is de Hadj, de bedevaart naar Mekka. Op de tiende dag van de bedevaart offeren de pelgrims een dier. Moslims die niet op bedevaart zijn, overal ter wereld, slachten op deze dag een offerdier. Deze dag is dan ook de dag van het Ied Al-Adha (Offerfeest).
Eenderde van het vlees is voor de armen, eenderde voor familie en vrienden en eenderde voor jezelf. Ook dit feest duurt drie dagen.

Dahab Islam

De Koran en profeten

Moslims geloven in alle profeten. Zij beschouwen hen als hemelse leraren, die probeerden de mensen te leiden naar god. Zij geloven ook dat alle religies zijn ontstaan uit één waarheid, en dat in wezen alle godsdiensten gelijk zijn. Centraal in de Islam staat het boek van Allah, de Koran. Met dit boek is de Islam ook begonnen. Het boek bevat geen verhalen, het is een prediking, in een sterk betogende stijl. Het zijn teksten die gelden als richtlijn voor het leven van een Moslim.
De koran is ingedeeld in 114 hoofdstukken of soera's, die bestaan uit verzen waarvan de lengte erg verschilt. De kortste soera bestaat uit drie verzen, de langste uit 286 verzen.

Dahab Islam

Instituten

De gemeenschap van de gelovigen gaat uit boven die van de stam of van het volk. De gemeente van de islam is vanouds ook een politieke eenheid.
De islam kent geen priesters. De Imam is een voorganger, leider van het gemeenschappelijke gebed. In principe kan iedere mannelijke gelovige optreden als imam, want principieel is er geen onderscheid tussen hen en de leken, hoewel zij wel gedegen kennis moeten hebben van de Koran. Tegenwoordig bestaan er ook theologische faculteiten voor Islam kennis en koranonderricht.

Dahab Islam

In het dagelijks leven

Het geloof bepaalt voor een groot gedeelte de cultuur, veel meer dan bij ons het geval is. Vijf keer per dag schalt de oproep tot gebed door de luidsprekers van de moskeeën. Je zult merken dat veel restaurants in Dahab dan de muziek even uitzetten, en soms sluiten winkeltjes zelfs even hun deuren om te kunnen bidden. Tijdens de Ramadan wordt er door een groot deel van de bevolking gevast. Als de zon ondergaat, en er gegeten en gedronken mag worden, valt het openbare leven grotendeels stil en zie je overal op straat moslims met hun vrienden genieten van de maaltijd. Ook in het spraakgebruik hoor je vaak de woorden Inshallah (als God het wil) of Ilhamdulilaah (Godzijdank). De bedouienen in de woestijn hebben meestal geen moskee voorhanden om te bidden. Zij leggen gewoon een kleedje op de grond en bidden daarop richting Mekka. Het is verbazingwekkend om te zien hoe zij, ook op een bewolkte dag midden in de woestijn, toch altijd de juiste richting weten te bepalen.