| De vraag
hoe het mogelijk is dat planten kunnen overleven, en zelfs uitstekend kunnen gedijen,
in een woestijngebied heeft wetenschappers lang bezig gehouden. Welke aanpassingen
zijn er, hoe verloopt de concurrentie voor het spaarzame water, waarom groeit
er wel iets op het ene stuk grond en niet op een (ogenschijnlijk identiek) ander
stuk grond? Doordat de mens geinteresseerd raakte in de zeer uitgestrekte woestijngebieden
op aarde, met het doel deze als landbouwgrond te ontwikkelen, is er steeds meer
interesse ontstaan in onderzoek naar de planten die in deze gebieden groeien. Daarnaast
zijn de planten in de Sinaï voor de bedoeienen die er wonen zeer waardevol:
ze gebruiken ze voor allerlei medicinale doeleinden, er wordt bijvoorbeeld touw
van gemaakt, ze worden gebruikt als indicatoren bij het zoeken naar water in de
bodem, hun veestapel eet er van, en dood hout wordt als brandstof gebruikt. | | |
- Aanpassingen
aan de droogte Veel planten die in de woestijn groeien
planten zich voort door middel van het verspreiden van zaden. De zaden van deze
planten kunnen extreem goed tegen droogte, en kunnen jarenlang in de bodem overleven.
Bij voldoende regenval worden ze geactiveerd, en lopen de zaden uit. Het is dan
zaak om heel snel plant te worden en nieuw zaad te produceren, voordat het weer
zo droog is dat de plant afsterft. Deze explosie van plantengroei na regenval
wordt ook wel "woestijnbloei" genoemd. Om te voorkomen dat bij de eerste
druppels alle zaden al uit gaan lopen, met het risico dat het daarna droog blijft
en de plant dus niet kan overleven, zijn er verschillende mechanismes om het ontkiemen
van de zaden te vertragen. Zo is bv de wand van de zaden veel minder permeabel
voor water dan bij soorten in nattere gebieden. Ook zijn er soorten waarbij na
de eerste regenbui alles wordt voorbereid op ontkieming, en pas bij een tweede
bui wordt het proces echt in werking gezet. Komt de tweede bui niet, dan zal het
zaad dus nog niet ontkiemen.
Een andere aanpassing
is de vorm van de bladeren: om de verdamping zo laag mogelijk te houden zijn de
bladeren zo klein mogelijk. De bladeren zijn vaak ook gekruld, met de openingen
waardoor verdamping plaatsvindt naar binnen gericht, en vaak zelfs opgerold tot
een soort stekel. Veel soorten hebben bovendien in de wintermaanden andere, grotere,
bladeren dan in de hete zomermaanden. Soms zijn in de zomermaanden de bladeren
zelfs helemaal afwezig, en hebben de stengels bepaalde functies van de bladeren
overgenomen. De bladeren hebben ook veel meer aders, waardoor het verlies aan
vocht snel aangevuld kan worden, en zijn vaak voorzien van een was-achtige coating.
Die coating maakt het blad lichter van kleur, waardoor het zonlicht gereflecteerd
wordt en het blad koeler blijft. Ook bij deze aanpassing geldt weer dat er soorten
zijn die in de wintermaanden "gewone" bladeren maken, en in de zomermaanden
bladeren met coating. Veel soorten hebben ook lichtgekleurde haartjes op het blad,
ook weer om het zonlicht te reflecteren. Daarnaast doen die haartjes ook dienst
als "vangers" van waterdamp uit de omgeving van de plant.
Veel
woestijnsoorten hebben een afwijkende vorm van photosynthese, waarbij de CO2-fixatie
's nachts plaatsvindt. Hierdoor hoeven de huidmondjes, waardoor CO2 naar binnen
gaat, overdag niet open te staan wat weer gunstig is om verdamping tegen te gaan.
De
bladeren van woestijnplanten hebben vaak speciale cellen die als waterreservoir
dienen. Normaal gaan cellen die uitdrogen kapot, maar deze cellen vouwen dan als
een accordeon in elkaar, en blijven onbeschadigd. Als er weer water aanwezig is
zwellen ze weer op tot hun normale grootte. Door deze waterreservoirs kunnen de
bladeren lange periodes van droogte doorstaan. Het kan lijken alsof zo'n plant
vol met dode verschrompelde blaadjes zit, maar na een flinke regenbui zien de
bladeren er ineens weer fris en gezond uit.
De stengels
van veel soorten zijn ook aangepast: ze zijn vaak groen, en hebben de functie
van de bladeren mbt de photosynthese overgenomen. Door geen bladeren te hebben
is het oppervlak waar verdamping plaats kan vinden heel veel kleiner. Daarnaast
maken veel sorten in de zomermaanden een soort witte wollige schors aan, die de
photosynthesecellen beschermt tegen droogte en hitte.
Een
bijzondere vorm van aanpassing is die waarbij de stam zich splitst, en elke afgesplitste
stam zijn eigen wortels heeft. In een droog jaar zullen die delen van de plant
afsterven wiens wortels niet voldoende water hebben kunnen vinden. De delen die
wel water hebben gevonden blijven dan leven, waardoor de plant als geheel een
veel grotere kans heeft om de droogte te overleven. | | |
Nuttige planten Woestijnvolkeren
zijn altijd afhankelijk geweest van planten om te kunnen overleven. Planten kunnen
een mogelijke drinkwaterbron aangeven (of zelf een bron van water zijn), ze worden
gebruikt als medicijn en ze zijn een voedselbron voor mens en vee. Daarnaast wordt
plantenmateriaal gebruikt voor het maken van matrassen, touw, beschuttingen en
vele andere dingen. Bedouienen kunnen vaak van grote afstand
zien of ergens water te vinden is: ze zien het aan de soort planten die er groeien.
Sommige soorten hebben bijvoorbeeld een hele hoge grondwaterspiegel nodig om te
kunnen groeien. Als je die soort ergens ziet, dan weet je zeker dat er vlak onder
het oppervlak water te vinden moet zijn. Ook als resten van deze soorten stroomafwaarts
door een wadi zijn weggespoeld, is er met zekerheid te zeggen dat er stroomopwaarts
een bron moet zijn. Dit soort informatie is voor woestijnvolkeren van levensbelang. Van
de eetbare woestijnplanten moeten de bladeren meestal eerst gekookt worden, maar
er zijn een paar soorten waarvan de bladeren en jonge stengels ook als salade
gebruikt kunnen worden. Sommige bloemknoppen kunnen ook gekookt worden, en smaken
dan een beetje als artisjokken. Een aantal wortels kunnen rauw gegeten worden,
maar de meesten worden in tijd geroosterd op een houtvuurtje. Tijm, oregano en
marjoraan komen veel voor, en worden ook gebruikt bij het breiden van maaltijden.
Een plant die veel voorkomt is Capparis Aegyptiaca. Hiervan worden de bloemknoppen
en vruchtjes verzameld om deze in te maken met zout en azijn. Je krijgt dan een
iets scherpere variant van de ons welbekende kappertjes. Een van de meest opvallende
planten die je kunt tegenkomen in het voorjaar, is de woestijnmeloen: een bodemplant
die grote gele "meloenen" maakt die er heerlijk sappig uitzien. Helaas
zijn deze niet eetbaar, zelfs niet voor dieren. Veel geurende
planten worden gebruikt om drankjes te bereiden of om als smaakje aan thee toe
te voegen. Deze drankjes worden door bedouienen gebruikt bij bv maagklachten,
hoofdpijn en hoest. Bij maagklachten zie je ze ook vaak een handvol bloemen van
een plant plukken, en die met water wegspoelen. We hebben het zelf geprobeerd,
en het werkt echt. Mits je weet welke plant je moet hebben natuurlijk. Daarnaast
zijn er planten waarvan bv de bladeren tot as verbrand worden, om die as daarna
op een wond te doen voor een snelle genezing. Woestijnvolkeren
maken al duizenden jaren touw van plantenvezels. De touwen die de bedouienen in
de Sinai maken van de bladeren van dadelpalmen, zijn zo goed als identiek aan
de touwen die gevonden zijn in de pyramides. Touwen en draden van elke dikte kunnen
gemaakt worden, van naaigaren tot kabels om een auto mee te trekken. De bladeren
die hiervoor gebruikt worden moeten sterke vezels hebben, makelijk gesplitst kunnen
worden, en moeten buigzaam zijn. In vrijwel alle oases in de Sinai staan dadelpalmen,
en deze bladeren worden hiervoor dan ook het meeste gebruikt. | | 
| | | 
| | | 
| | |
|